Organist Koen Pauly, Knokke (België)

2e Bach-Orgelmatinee 18 juli 2015 Sint-Baafskerk Aardenburg door:

Organist Koen Pauly, Knokke (België)

koen paulyKoen Pauly bespeelt reeds 10 jaar als titularis het monumentale 3-klaviers Klaisorgel uit 1935 van de Heilig-Hartkerk te Knokke-Heist. Sinds deze zomer staat hij in deze functie ook in voor het muziekleven rond het grote concertorgel uit 1996 in de Margarethakerk van Knokke. Ook werkt hij aan de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Kunst van De Haan, als coördinator, begeleider, leerkracht Creatief Musiceren, notenleer, samenzang, en piano. Maar bovenal probeert hij er zijn passie voor muziek in brede zin door te geven aan de jongere generatie. Zelf werd Koen ook al heel vroeg gefascineerd door het orgel. Hij begon met piano studies aan de SAMW van Veurne, maar volgde daarna zijn eerste interesse en nam er orgellessen bij Peter Ledaine. Om zich professioneel te vervolmaken volgde hij hogere muziekstudies aan het Lemmens- instituut te Leuven, hoofdinstrument orgel bij Luc Ponet. Ook verdiepte hij zich er in het

klavecimbelspel bij Marianne Verstegen, nam hij terug de pianostudie op, en voleindigde hij er de nodige pedagogische opleiding. Hij volgde verschillende masterclasses, o.a. aan de Göteborg Organ Academy, Zweden. Koen blijkt dus van vele markten thuis. Dat vertaalt zich dan weer in optredens op vele plaatsen als solist, begeleider, continuo-speler, dirigent en koorzanger.

Programma

1.Prelude en fuga in e klein is behalve een van de langste ook een van de meest gecompliceerde orgelwerken van Bach. Het dateert uit zijn Leipziger periode en staat bijzonder hoog genoteerd bij zowel liefhebbers als kenners van zijn orgelmuziek. Maarten ’t Hart omschrijft de prelude als voorbode van de klacht van de gewonde Amfortas in WagnersParsifal en vindt de fuga ‘verbijsterend’, terwijl de negentiende-eeuwse Bachvorser Spitta zelfs spreekt over ‘een tweedelige symfonie’. De zwaarmoedige prelude zwoegt inderdaad getormenteerd voorwaarts, terwijl de vierstemmige fuga met zijn solistische passages, toonladderfragmenten en last but not least da capo-structuur je gewoonweg perplex achterlaat. Men kan zich afvragen of zo’n uitgelezen werk niet voor een speciale gelegenheid is gecomponeerd. Helaas in niets bekend over orgelbespelingen van Bach in Leipzig. Wel over uitgebreide orgelrecitals in andere steden, waarin hij zich graag als virtuoos presenteerde. Maar een superieur werk vereist ook een superieur orgel. Bachbiograaf Christoph Wolff opperde daarom het orgel van de Paulinerkirche als kandidaat. Dit instrument van Scheibe, door Bach zelf in 1717 gekeurd, was met zijn 53 registers, drie manualen en pedaal een van de grootste en mooiste orgels van Duitsland. Omdat de Paulinerkirche bovendien fungeerde als universiteitskerk, zal daar een publiek hebben gezeten aan wie deze compositie ook echt besteed was. Om met Wolff te spreken: ‘In dit universitair auditorium, deze zetel der wetenschap, hield men zijn adem in voor de absolute autoriteit op muziekgebied in Leipzig.’

2.Choralvorspiel Christus, der uns selig macht BWV 620. Het ‘Choralvorspiel Christus, der uns selig macht’ is afkomstig uit Bach’s Orgelbüchlein (BWV 599-644) en behoort tot een verzameling van wat in totaal 164 korte bewerkingen van Luthers-protestantse kerkliederen of koralen had moeten worden – in principe, één koraalbewerking per bladzijde – maar waarvan er slechts 45 voltooid werden De muziekstukken werden door Bach gecomponeerd in de periode 1713-1716 in Weimar en pas in 1722, in Köthen, van een titel en titelbeschrijving voorzien. Bach is in zijn Weimarer ambtstijd, als hoforganist en hofmusicus, duidelijk van plan geweest om een speelboek van eigen orgelstukken te maken bestemd voor en om uitgevoerd te worden op alle zon- en feestdagen van het kerkelijke jaar. Het Orgelbüchlein werd pas in de nadagen van Bachs ambtsuitoefening als hofkapelmeester in Köthen nadrukkelijk voor didactische doeleinden gebruikt. Dit hangt nauw samen met Bachs sollicitatie van de in 1722 vacant geworden functie van cantor van het prestigieuze Thomasschule-internaat in Leipzig. Aan deze functie waren tevens het voorbereiden en leiden van meerstemmige muziekuitvoeringen tijdens kerkdiensten in de nabijgelegen Thomaskirche verbonden, het doen verzorgen van kerkmuziek uitvoeringen in de overige stadskerken van Leipzig.

3.Choralfantasia ‘Komm, Heiliger Geist, Herre Gott’ BWV 652. De koraalbewerking ‘Komm, Heiliger Geist, Herre Gott’ uit zijn Leipziger Chorale staat bekend onder de titel “Alio modo’ wat betekend op een andere wijze. Het is namelijk een tweede bewerking. De cantus firmus (melodielijn) bevat veel versieringen. Uitgebreide voor-imitaties leiden de koraalregels in. Het halleluja- slot is erg uitbundig.

4.Choralvorspiel ’Wo soll ich fliehen hin’ BWV 646. is afkomstig uit zijn Schüblerkoralen. Schüblerkoralen is de naam die gewoonlijk wordt gegeven aan de Sechs Chorale von verschiedener Art (BWV 645-650).Sechs Chorale von verschiedener Art auf einer Orgel mit 2 Clavieren und Pedal vorzuspielen verfertiget von Johann Sebastian Bach De verzameling bevat een zestal koraalvorspelen voor orgel met twee manualen en pedaal, waarvan er ten minste vijf transcripties zijn van delen uit zijn kerkcantates. Het is mogelijk dat de verzameling is gemaakt voor Bachs zoon Wilhelm Friedemann bij zijn benoeming als organist in Halle in april 1746. Wilhelm Friedemann had melodieuze, toegankelijke werken nodig, zoals ook het geval is bij andere verzamelingen die met hem zijn verbonden (het Orgelbüchlein, de Triosonates voor orgel en de Clavier-Übung )

5. Fuga in e BWV 548b.

Comments are closed.