8e Bach-Orgelmatinee 29 augustus door organist Gisbert Wüst uit Bendorf, Duitsland

Gisbert WüstGisbert Wüst (geb 1950) studeerde muziek, Germaanse filosofie en musicologie in Koblenz en aan de Universiteit te Mainz. Na zijn staatsexamen, behaalde hij in 1979 het diploma kerkmuziek. Hij vervolgde zijn orgelstudie bij Prof. Peter Alexander Stadmuller, Michael Schneider (Keulen) en Luigi Tagliavini te Bologna. Tot voor kort doceerde hij muziek aan het Heisenberg-gymnasium te Neuwied en was dirgent van het schoolorkest. Daarnaast is hij als cantor-organist verbonden aan de St. Medard kerk te Bendorf waar hij het 45 stemmende tellende Klaisorgel (1929) bespeelt. Gisbert Wüst is regelmatig te beluisteren op radio en televisie en concerteerde als organist in verschillende Europese landen zoals: Italië, Polen, Zwitserland, België en Nederland. Daarnaast trad hij op in Amerika en Israel.

Praeludium und Fuge A-Dur, BWV 536.
Er is een duidelijke verwantschap, zeker wat de fuga betreft, met de vroege cantate BVW 152: “Tritt auf die Glaubensbahn”, die Bach in 1714 schreef in Weimar voor zondag 30 december 1714 tussen Kerst en Nieuwjaar. Die cantate begint met een sinfonia, die na 4 statige maten overgaat in een fuga, die ofwel ontleend is aan de fuga uit BWV 536 of precies andersom. Daarmee is de tijd van het ontstaan van het preludium en de fuga gegeven. De preludium met zijn dalende en stijgende gebroken akkoorden, zijn guirlandes van snelle zestienden lijkt op vrije improvisatie. Er lijkt geen sprake van een duidelijk tonaal concept, noch van een thematisch plan, maar van opeenvolging van motieven in een heldere atmosfeer. De kop van het beginmotief leent zich uitstekend voor een spel van imitaties tussen pedaal en manualen. De fuga heeft net als in de cantate een thema van acht maten in driedelig ritme. De notengroepen lang-kort, kort-lang wisselen zich twee aan twee af, zodat er een dansend karakter ontstaat met een pastorale allure. De vier stemmen zetten na elkaar in, met een lange inleiding als gevolg. Zo gauw dit gebeurd is, komt er een tegenthema met een nog meer dansend, pastoraal karakter, zo kenmerkend voor de kersttijd. Na de doorwerking (maat 136) duikt het hoofdthema weer in de sopraan op, onmiddellijk gevolgd door de bas, terwijl de twee andere stemmen er door heen blijven fladderen.

2.Partita ’O Gott, du frommer Gott’ BWV 767.
Deze tweede reeks koraalvariaties is ontstaan rond 1700 tijdens Bach verblijf te Lüneburg of Ohdruf en behoort dus tot zijn jeugdwerken. Dit ie heel goed te merken aan de vrij onbeholpen koraalharmonisatie die aan de variaties vooraf gaat en waaruit blijkt dat Bach de techniek van het contrapunt eerder onder de knie had dan de harmonieleer. De eerst daarop volgende variatie – er zijn er, de harmonisatie niet meegerekend, acht – is een bicinium ( tweestemmig stuk) met een ostinate onderstem ( een gelijk- of ongeveer gelijkblijvende tegenstem).

Vermeldenswaard is nog de zevende variatie (partita 8) waarin Bach doormiddel van chromatiek de tekst ‘Lass mich an meinem End auf Christi Tod Abcheiden’ verklankt. In deze Partita maakt Bach gebruik van echo-effecten (II en IX). Wat Bach op vijftienjarige leeftijd gepresteerd heeft is natuurlijk verbazingwekkend.

3.Toccata en Fuga in d- Moll BWV 565.
Dit in hoge mate populaire, meest gespeelde orgelwerk van Bach ontstond waarschijnlijk te Weimar in 1709. Ofschoon compositorisch

zeker niet Bachs belangrijkste werk, is er geen tweede compositie van hem die de brede massa van meet aan zo gepakt heeft. Dit is hoofdzakelijk toe te schrijven aan het suggestieve, dramatische begin; na de ‘signaalnoot’ (als mordent uitgevoerd) schiet een glissando naar beneden. Na elke herhaling wordt de laagste noot D in het pedaal geplant waarboven arpeggio’s uitgevoerd (na elkaar aangeslagen) het verminderde septiemakkoord op cis breed uitwaaiert. Elkaar afwisselend voeren een prestissimo, lento en allegro met echo effecten van gebroken akkoorden naar een machtig slot. De onmiddellijk hierop aansluitende fuga ontleent haar thema aan het begin van de toccata: onder de repeterende noot ‘a’ loopt de dalende notenreeks waarmee de toccata begon.

Comments are closed.