4e Bach-Orgelmatinee Met Jos Vogel op zaterdag 1 augustus 2015

Jos-VogelJos Vogel studeerde aan het Conservatorium te Rotterdam. Zijn docenten waren Arie J. Keijzer voor orgel en David Collyer voor klavecimbel. Na het afronden van deze studies (met aantekening voor improvisatie en basso continuo) bekwaamde hij zich in het beiaardspel aan de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht, bij Todd Fair en Arie Abbenes. Hij is stadsbeiaardier van Vlissingen. Jos Vogel is organist van de Sint Jacobskerk te Vlissingen en de Ontmoetingskerk te Middelburg. Als voorzitter van de Werkgroep Muziek van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap en als bestuurslid van de Stichting Muziek in de Grote Kerk Goes is hij ook actief als organisator van concerten. In 2001 verscheen een solo-CD van het orgel te Vlissingen. Ook werd zijn spel meerdere keren vastgelegd voor diverse omroepen en voor de CD “Flentrop revisited”, een CD in het kader van de jubileumviering van de orgelbouwfirma Flentrop. Als docent is hij verbonden aan de Zeeuwse Muziekschool en muziekschool Toonbeeld in Terneuzen. Veelvuldig werkte hij samen met diverse ensembles en solisten.

1.Praeludium in C, BWV 547
De Praeludium und Fuge in C BWV 547 is ontstaan in Leipzig omstreeks 1744. Het thema van de Praeludium vertoont sterke verwantschap met het inleidingskoor van Cantate BWV 65; ‘ Sie werden aus Saba alle kommen ‘, geschreven in 1725. Let op het feestelijke, fanfareachtige ostinate basmotief! In de fuga (het laatste deel van dit concert) verschijnt het thema in het pedaal bijzonder laat. Meer dan vijftigmaal treedt het thema op, soms in de omkering en, waar het pedaal intreedt, in de vergroting. Ook combinaties van het thema en de omkering daarvan komen hierin voor. Een vrij ingewikkeld werk uit Bachs laatste levensjaren, toen hij op het toppunt van zijn meesterschap stond.

2.Triosonate Nr V in C, BWV 529 (Allegro – Largo – Allegro).
Deze sonate is afkomstig uit een serie van zes sonates die Bach schreef voor zijn zoon Wilhelm Friedemann Bach. Het eerste deel van Sonate nr V – Allegro- maakt een bijzonder blijmoedige indruk, nog versterkt door de octaaf sprongen in het pedaal. Het tweede deel- Largo – was oorspronkelijk bedoeld als tussendeel voor Praeludium und Fuge in C (II nr 1). Een zeer zangerig deel in de paralleltoonaard a (6/8 maat) met veel tweeëndertigste noten en een zeer afwisselend ritme. Het slotdeel- Allegro – heeft weer het levendige karakter van het eerste deel. Een mooi werk uit Bachs rijpste scheppingsperiode . (na 1727) Een Triosonate in de tijd van Bach was een compositie voor vier spelers, bijvoorbeeld twee violen, cello en klavecimbel. De zes Orgelsonates schreef Bach voor slechts één speler, maar worden vooral de laatste decennia met allerlei bezettingen gespeeld. Volgens Johann Nikolaus Forkel (1802) schreef Bach deze Sonates als oefenstof voor zijn oudste zoon Wilhelm Friedemann., wellicht als vervolg op het Klavierbüchlein uit 1720. Het is denkbaar dat Friedemann tijdens de lange winteravonden hiermee thuis werd bezig gehouden terwijl zijn vader de bovenste partij op viool speelde. Een koude kerk is immers niet zo aanlokkelijk om uren achter elkaar te studeren, ook al staat daar een prachtig orgel. Van enkele Sonatedelen zijn vroegere versies bekend, zodat aannemelijk is dat Bach rond 1730 deze ‘leergang’ heeft samengesteld uit oud en nieuw materiaal en dit vervolgens in 1733 als definitieve versie aan zijn oudste zoon heeft meegegeven, waarschijnlijk in verband met diens sollicitatie naar een organistenpost in Dresden.

3. Fuga in C, BWV 547

Comments are closed.